Ruwvoer

05-08-2022

Een goed rantsoen begint bij de basis: het ruwvoer. In de natuur is een paard dagelijks 14 tot 16 uur bezig met het verzamelen van voedsel. Ze vasten nooit langer dan 4 uur. De paardenmaag is hierop ingesteld en verteert het liefst continu, maar langzaam structuurrijke vezels. En alleen goed ruwvoer kan deze belangrijke structuurrijke vezels bieden.

Alle voedermiddelen met een vezellengte van minimaal 8mm vallen onder ruwvoer. Denk hierbij aan gras, hooi, luzerne en stro. Alle voedermiddelen die korter zijn, vallen onder krachtvoer. Krachtvoer bevat vaak geen of te weinig vezels. Het paard zal minder kauwen en hierdoor wordt er minder speeksel aangemaakt. Dit is echter niet bevorderlijk voor de maag. Paarden hebben veel vezels nodig om op te kauwen en speeksel mee op te bouwen. Speeksel verdunt het zure maagsap waardoor er minder kans is op maagzweren. Tevens bevordert het speeksel de doorstroming van het voedsel door het maag-darmkanaal waardoor de kans op verstoppingen vaak kleiner is.

Een gezond rantsoen bevat dus veel vezels. En deze vezels vind je vooral in het hooi en stro. Het is beter om eerst het ruwvoer goed op orde te hebben, voordat je gaat aanvullen met allerlei supplementen. Er bestaan verschillende soorten ruwvoer die ook ieder weer aan andere behoeften voor het paard voldoen. Zo kun je bijvoorbeeld kruidenhooi en weidehooi als basis gebruiken, maar is er ook graszaadhooi en gerstestro als bijproduct. Je kunt ook gerust meerdere soorten hooi met elkaar combineren of zelfs hooi en stro voeren. Meer verschillende structuren betekent ook meer vezels.

Er bestaan verschillende soorten hooi en ieder soort heeft ook andere eigenschappen. Dit geldt niet alleen voor de structuur, maar ook voor de voedingswaarden. Een hooi analyse helpt om te bepalen hoeveel suiker en eiwit het paard binnenkrijgt. Dit geeft vaak een richtlijn aan, maar deze richtlijn kan wel helpen om het juiste rantsoen samen te stellen.